Interview met voorzitter Erwin van Meekeren

Het Curriculum Persoonlijkheidsstoornissen bestaat al 23 jaar en geeft op diagnose-overstijgende wijze invulling aan belangrijke en relevante onderwerpen. Van 9 tot en met 13 juni 2024 wordt de succesvolle reeks afgesloten met een laatste buitenlandweek in Turijn, Italië.

Erwin van Meekeren
Psychiater/psychotherapeut, MEEK-IT


In dit interview blikken we terug met psychiater Erwin van Meekeren, de drijvende kracht achter deze succesvolle nascholingen. En ook alvast een beetje vooruit op de week in Turijn.

Neem ons mee terug in de tijd, hoe begon het?
“Samen met Theo van Ingenhoven werd ik in de jaren negentig gevraagd door Ludwig Benecke om een nascholingsreeks Persoonlijkheidsstoornissen op te zetten. Dat vonden wij – toen nog jong – erg gaaf. Dit was een zeer succesvolle reeks. Daarna ben ik zelf met Benecke gestart met het Curriculum Persoonlijkheidsstoornissen. Deze nieuwe reeks startte in 2001 met: ‘Dé behandeling van borderlinestoornissen; APA Guidelines en de praktijk in Nederland. Nummer twee was ‘Zelfbeschadiging, de stand van zaken’, in die tijd nog een heel spannend onderwerp. In plaats van alleen de persoonlijkheidsstoornissen van de DSM langs te gaan, tilden we het thema direct naar een meer overkoepelend niveau. Nu zouden we dat transdiagnostisch noemen. Het werden nascholingen met onderwerpen zoals schaamte, het geheugen, leegte, de biografie, seksualiteit, empathie, vertrouwen en zelfonthulling.”

Zo’n 23 jaar nascholing, hoeveel bijeenkomsten zijn dat wel niet geweest?

“Toen bleek dat het curriculum goed ontvangen werd, kreeg het een wat vaster format. Het werden al snel vier congressen per jaar. Op het hoogtepunt werden dit er zelfs acht per jaar. Maar dat werd wel wat te veel voor mij als bedenker van onderwerpen en het regelen van sprekers. Sinds de coronacrisis is het alleen nog de buitenland-week die jaarlijks terugkeert, want ik voelde niet zoveel voor online-symposia. Met het nodige geluk is de nascholingsweek in het buitenland ook tijdens de coronacrisis doorgegaan. Ik weet nog dat de einddag in Wenen extra spannend was, omdat de grenzen van Duitsland dicht zouden gaan. Terugkomend op de vraag: in die 23 jaar zijn er bijna 100 congressen, waaronder 16 buitenlandweken, de revue gepasseerd. Ben ik best trots op.”

Wat valt op na zoveel jaar nascholing organiseren?

“Het enthousiasme van sprekers en deelnemers en de bereidheid fatsoenlijk met elkaar in gesprek te gaan. Niet verrassend waren er mee- en tegenvallers. Zo kon jong talent mij aangenaam verrassen met een erg goed én goed gepresenteerd verhaal, en een hot shot mij soms doen fronsen over bijvoorbeeld het zich niet houden aan wat we hadden afgesproken. Opvallend en toch ook bijzonder, gezien mijn inspanningen vooraf, is het hoe weinig sprekers zich stipt aan de toegemeten tijd houden. Als voorzitter vond ik het erg belangrijk om ruimte te houden voor discussie en de deelnemers niet af te doen met nog maar twee vragen. Het was erg fijn als sprekers eerder klaar waren, zodat we nog met elkaar in dialoog konden gaan.”

Wat is de drijfveer om 23 jaar organisator en voorzitter te zijn?

“Het is het gevolg van een optelsom van dingen die ik allemaal leuk vind en grond kregen. Het begon met de APA Annual Meetings in de Verenigde Staten waar ik graag naartoe ging. Ik bewonderde de optredens van Amerikaanse sprekers. Ze maakten een mooi entree, praatten uit het hoofd met charme, humor en kundigheid, en communiceerden doelgericht. Een genot om meer kennis te verkrijgen. Zoiets wilde ik ook bewerkstelligen in Nederland. Dat het niet alleen interessant maar ook leuk is om na te scholen. Daar kwam nog bij dat ik best wel risico mocht nemen door regelmatig voor een andere invalshoek of bijzonder onderwerp te kiezen.”

 

Was ‘De tijd’ ook niet een onderwerp van één van de congressen? Vanwaar de keuze voor een dergelijk verrassend onderwerp?

“De verrassende onderwerpen waren het leukste om te doen. Voor ‘De tijd’ had ik bijvoorbeeld een hoogleraar natuurkunde en een filosoof uitgenodigd. Ik vond het belangrijk om voor onderwerpen te kiezen, die meer de mens en diens persoonlijkheid raken dan louter de persoonlijkheidsstoornis. Ik denk dan ook dat we met de nascholingsreeks voortdurend hebben uitgestraald dat die brede blik met uiteenlopende perspectieven belangrijk is. Met deze bredere kijk op de psyché en psychiatrie waren we misschien wel de tijd vooruit. Deze verbindende visie maakte het logisch om expertise uit verschillende vakgebieden te betrekken bij de nascholingen. De meeste sprekers waren weliswaar psychiaters en psychologen, maar op het podium stonden ook andere wetenschappers. Bovendien vroegen we ook regelmatig ervaringsdeskundigen op het podium, in 2002 al en dat was toen nog heel vernieuwend.”

 

Het laatste onderwerp is autonomie. Waarom dat onderwerp?

“Dat is niet toevallig. Het is een onderwerp dat bij mij hoort en past. Enerzijds heb ik altijd de vrijheid gekregen met het organiseren van dit curriculum: autonomie. Ik wil dingen graag in eigen hand houden. Het is fijn om de vrijheid en het vertrouwen te krijgen. Daar ben ik Benecke dan ook zeer dankbaar voor. Anderzijds is het de borderlinestoornis waar ik gedurende mijn loopbaan wel het meest druk mee ben geweest. Ik denk dat deze stoornis deels een uiting is van gekrenkte autonomie door grensoverschrijdingen, zoals fysiek en seksueel misbruik, of verwaarlozing. Ze zijn geremd in hun ontwikkeling; op wie ze mogen zijn. Het is aardig gelukt om daar een werkbaar behandelconcept op te ontwikkelen. Zo stelde ik in mijn praktijk een paar heldere kaders, maar liet ik veel ruimte voor de autonomie van de patiënt. En dat is waar de herstelbeweging zich nu ook op richt. Autonomie is een menselijk thema en bestaat overigens niet zonder verbondenheid.”
 

Hoe wordt in Turijn invulling gegeven aan autonomie?

Zelf geef ik op de eerste dag een overzicht van wat er zoal bekend en onderzocht is over autonomie, en hoe gelaagd en ingewikkeld het eigenlijk is. Maar ook hoe dat concept samenhangt met verbinding en hoe belangrijk het thema is in ons dagelijkse werk. Kinder- en jeugdpsychiater Manouche van Alst belicht onder andere de transculturele aspecten van autonomie, en hoe het thema speelt in de therapeutische relatie. Systeemtherapeut Jan Baars gaat het deze keer – na vaders, broers en zussen – hebben over moeders in de spreekkamer, over rolverschuiving in de autonomie en de positie van de moeder. Klinisch psycholoog en hoogleraar Trudy Mooren bespreekt onder meer de gevolgen van trauma in de jeugdjaren. Kan iemand dan nog wel autonoom zijn? En Derek Strijbos, psychiater en filosoof belicht het thema professionele autonomie. Aan de hand van casuïstiek, waaronder die van Vincent van Gogh gaan we aan de slag met het brede thema autonomie. Van Gogh, een man die enorm worstelde met autonomie en verbondenheid heeft mijn bijzondere interesse. Hij verlangde naar vriendschap, liefde en verbondenheid, maar had voortdurend conflicten met zijn omgeving en eiste autonomie op. Hij was niet gelukkig en niet succesvol tijdens zijn leven. De dynamiek tussen autonomie en verbondenheid druipt ervan af."

Wat betekent deze laatste nascholing van de lange reeks voor de toekomst van nascholing op het vlak van persoonlijkheidsstoornissen?

“Helemaal stoppen doe ik nog niet, maar deze reeks is er nu al zo lang. Het is hoogtijd het stokje over te dragen aan een nieuwe jongere generatie.”