Lees hier over wat de sprekers in Kitzbühel voor u in petto hebben:

Prof. dr. Robert Schoevers

Tussen hoop en hype; psychelica ondersteunde therapie van patiënten met therapieresistente psychiatrische stoornissen

Ongeveer 30% van de patiënten heeft onvoldoende baat bij onze huidige behandelingen, en in de afgelopen 30 jaar is hier helaas maar weinig in veranderd. Recent zijn hoopgevende resultaten bereikt door behandeling met psychedelica (ketamine, psilocybine, MDMA, DMT) bij hardnekkige depressie, PTSS, verslaving en andere indicaties. Ook in de media is er grote aandacht voor deze middelen; de boeken, netflix series en TED talks zijn niet aan te slepen. Door private aanbieders worden ‘retreats’ aangeboden voor mensen zonder diagnose. Naast juichende verhalen zijn er incidenteel ook berichten over negatieve effecten en incidenten.

Het is belangrijk om in deze dynamiek het kaf van het koren te scheiden. Wat weten we inmiddels van de effectiviteit van psychedelica bij verschillende psychiatrische stoornissen, hoe kunnen deze middelen het best worden toegepast, wat zijn potentiele bijwerkingen, en als laatste: zijn de effecten specifiek of diagnose-overstijgend? Als deze behandelingen binnenkort breder worden uitgerold, is het belangrijk dat we er als professionals klaar voor zijn.

In deze lezing krijgt u een overzicht van de ‘state of the art’, van beantwoorde en onbeantwoorde vragen, van beloftes en risico’s bij bredere toepassing in de psychiatrie.

Referenties:

Themanummer - Tijdschrift voor Psychiatrie

Maintenance ketamine treatment for depression: a systematic review of efficacy, safety, and tolerability.
Smith-Apeldoorn SY, Veraart JK, Spijker J, Kamphuis J, Schoevers RA.Lancet Psychiatry. 2022 Nov;9(11):907-921. doi: 10.1016/S2215-0366(22)00317-0.PMID: 36244360

Adverse events in clinical treatments with serotonergic psychedelics and MDMA: A mixed-methods systematic review.
Breeksema JJ, Kuin BW, Kamphuis J, van den Brink W, Vermetten E, Schoevers RA.J Psychopharmacol. 2022 Oct;36(10):1100-1117. doi: 10.1177/02698811221116926. Epub 2022 Aug 26.PMID: 36017784

The antidepressant effect and safety of non-intranasal esketamine: A systematic review.
Smith-Apeldoorn SY, Vischjager M, Veraart JK, Kamphuis J, Aan Het Rot M, Schoevers RA.J Psychopharmacol. 2022 May;36(5):531-544. doi: 10.1177/02698811221084055. Epub 2022 May 12.PMID: 35546042

Psychedelics for the treatment of depression, anxiety, and existential distress in patients with a terminal illness: a systematic review.
Schimmel N, Breeksema JJ, Smith-Apeldoorn SY, Veraart J, van den Brink W, Schoevers RA.Psychopharmacology (Berl). 2022 Jan;239(1):15-33. doi: 10.1007/s00213-021-06027-y. Epub 2021 Nov 23.PMID: 34812901

Trapped: rigidity in psychiatric disorders.
Servaas MN, Schoevers RA, Bringmann LF, van Tol MJ, Riese H.Lancet Psychiatry. 2021 Dec;8(12):1022-1024. doi: 10.1016/S2215-0366(21)00353-9.PMID: 34801115

Prof. dr. Iris Sommer

Schizofrenie als genderspecifieke aandoening

Het is al lang bekend dat het ontstaan van schizofrenie bij vrouwen anders is dan bij mannen. Terwijl mannen hun eerste psychose meestal rond de leeftijd van 20 jaar krijgen, is deze leeftijd veel variabeler bij vrouwen, bij wie een eerste episode zich kan voordoen op middelbare of zelfs oudere leeftijd (Sommer e.a., 2020). Dit latere debuut stelt veel vrouwen in staat om hun opleiding af te ronden, een relatie te beginnen en zelfs een gezin te stichten vóór hun eerste psychose. Bovendien komt co-morbide middelenmisbruik minder vaak voor bij vrouwen met schizofrenie en zijn cognitieve en negatieve symptomen doorgaans milder (Jongsma e.a., 2019).

Oestrogeen van de vrouwen beschermt hun brein tijdens de vruchtbare jaren, waardoor negatieve symptomen gemiddeld lager zijn. Aan de andere kant zijn affectieve symptomen vaak een integraal onderdeel van het klinische beeld bij vrouwen (Riecher-Rössler e.a., 2018), en zijn die waarschijnlijk de reden waarom vrouwen vaker de diagnose schizo-affectieve stoornis krijgen dan mannen (Sommer e.a., 2020). Het is daarom passender om hier de term schizofrenie-spectrumstoornissen (SSD) te gebruiken. Deze affectieve component, te samen met de wat mildere negatieve symptomen, kan de wanhoop juist doen toenemen, waardoor zelf beschadiging en zelfdodingspogingen bij vrouwen juist vaker voor komen. Die oestrogeen heeft ook effect op de farmacokinetiek en farmacodynamiek van antipsychotica. De invloed is echter niet voor alle middelen hetzelfde en bovendien zijn er weinig studies naar de optimale dosis en bloedspiegels speciaal voor vrouwen, zodat sekse-specifieke farmacodynamiek lastig blijft. In de lezing en de workshop gaan we daar dus juist mee aan de slag, want met de kennis van nu komen we toch al een eind.

Na de menopauze verandert er veel. De bescherming van oestrogenen valt weg en ook hun invloed op de farmacokinetiek verdwijnt. Met als gevolg dat de kans op een psychotische decompensatie enorm toe neemt na de leeftijd van ongeveer 45 jaar en blijft stijgen ten opzichte van jongere vrouwen maar ook ten opzichte van mannen. Een hogere dosis is hiervoor waarschijnlijk niet de oplossing, maar additie van hormonale replacement therapy (HRT) of raloxifen (een selectieve oestrogeen vervanger) kan wel goed helpen. Tijdens de workshop gaan we er precies op in hoe zulke middelen veilig kunnen worden voorgeschreven.

Dr. Bob Oranje

Neurotransmitters, hoe zat dat ook alweer? Een opfriscursus

Psychofarmaca grijpen aan op een verschillende neurotransmitter systemen die ook onderling verbonden zijn. Inmiddels is duidelijk dat hele simplistische ideeën over het farmacologische effect niet houdbaar zijn. Eerst zal een opfrissing over de prikkeloverdracht in de hersenen worden gepresenteerd, waarin weer even kort alle basale begrippen zullen worden aangestipt; een overzicht van de belangrijkste neurotransmittersystemen in het brein en de (vele) bijbehorende receptoren. Vervolgens zal recent onderzoek besproken worden naar de verschillende aangrijpingspunten van psychofarmaca om een (verstoorde) prikkeloverdracht te moduleren.

Farmacologische modulatie van neurotransmissie, van basaal via bottom up naar gedrag

In dit tweede deel zal ik dieper ingaan op de effecten van farmacologische modulatie van de verschillende neurotransmittersystemen op basale prikkelverwerking, gedrag en symptomatologie van psychiatrische aandoeningen. Onder andere gaat het dan om overstimulatie door omgevingsprikkels, maar ook verstoorde aandacht/concentratie en het overmatig of juist niet reageren op veranderingen in de omgeving.

Via bottom-up processen liggen deze basale mechanismen onder meer ten grondslag aan symptomatologie en een verstoorde cognitie waarbij dit laatste op zijn beurt weer een belangrijke rol speelt in vrijwel alle psychiatrische aandoeningen. Recente studies laten dan ook zien dat deze verstoorde basale informatieprocessen transdiagnostisch voorkomen, wat meteen verklaart waarom verschillende psychopharmaca bij meerdere aandoeningen effectief zijn.

In deze presentatie zal een kort overzicht gegeven worden van de vele studies waarin onderzocht is welke processen bij precies welke psychiatrische aandoeningen verstoord zijn. Daarnaast zullen studies aan bod komen die aantonen hoe deze processen reageren op verschillende soorten voor handen zijnde psychopharmaca, en de effecten daarvan op de symptomatologie van verschillende psychiatrische aandoeningen.

Referenties

Bos, D. J., Oranje, B., Veerhoek, E. S., Van Diepen, R. M., Weusten, J. M., Demmelmair, H., Koletzko, B., MG, d. S.-v. d. V., Eilander, A., Hoeksma, M. & Durston, S. (2015). Reduced Symptoms of Inattention after Dietary Omega-3 Fatty Acid Supplementation in Boys with and without Attention Deficit/Hyperactivity Disorder. Neuropsychopharmacology 40, 2298-2306.

Rasmussen, H., Ebdrup, B. H., Erritzoe, D., Aggernaes, B., Oranje, B., Kalbitzer, J., Pinborg, L. H., Baare, W. F., Svarer, C., Lublin, H., Knudsen, G. M. & Glenthoj, B. (2011). Serotonin2A receptor blockade and clinical effect in first-episode schizophrenia patients treated with quetiapine. Psychopharmacology 213, 583-592.

During, S., Glenthoj, B. Y., Andersen, G. S. & Oranje, B. (2014). Effects of Dopamine D2/D3 Blockade on Human Sensory and Sensorimotor gating in Initially Antipsychotic-Naive, First-Episode Schizophrenia Patients. Neuropsychopharmacology 39, 3000-3008.

Kruiper, C., Glenthøj, B. Y. & Oranje, B. (2019). Effects of clonidine on MMN and P3a amplitude in schizophrenia patients on stable medication. Neuropsychopharmacology 44, 1062-1067.

Lemvigh, C. K., Jepsen, J. R. M., Fagerlund, B., Pagsberg, A. K., Glenthøj, B. Y., Rydkjær, J. & Oranje, B. (2020). Auditory sensory gating in young adolescents with early-onset psychosis: a comparison with attention deficit/hyperactivity disorder. Neuropsychopharmacology 45, 649-655.

Oranje, B., Aggernaes, B., Rasmussen, H., Ebdrup, B. H. & Glenthoj, B. Y. (2017). Selective attention and mismatch negativity in antipsychotic-naive, first-episode schizophrenia patients before and after 6 months of antipsychotic monotherapy. Psychol. Med 47, 2155-2165.

Sprengers, J. J., van Andel, D. M., Zuithoff, N. P. A., Keijzer-Veen, M. G., Schulp, A. J. A., Scheepers, F. E., Lilien, M. R., Oranje, B. & Bruining, H. (2021). Bumetanide for Core Symptoms of Autism Spectrum Disorder (BAMBI): A Single Center, Double-Blinded, Participant-Randomized, Placebo-Controlled, Phase-2 Superiority Trial. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry 60, 865-876.

Dr. Danielle Cath

De zin en onzin van somatische monitoring bij psychiatrische patiënten.

Niet alleen de psychische maar ook de lichamelijke conditie van psychiatrische patiënten is, ongeacht diagnose, van invloed op de lange termijn prognose. Anders gezegd: waar we bij suïcidale patiënten heel hard ons best doen aan de voordeur om vroegtijdig overlijden te voorkomen verliezen we hen aan de achterdeur aan cardiovasculaire aandoeningen, aan kanker en aan vroegtijdige dementiële processen.

Wat zijn de cijfers precies? Welke pathofysiologische processen liggen hieraan ten grondslag? Wat is de relatieve bijdrage van traumatische levensgebeurtenissen aan somatische gezondheid bij onze patiënten, en wat is de biologische achtergrond van deze relatie? Wat weten we wel en wat weten we niet? En: hoe brengen somatisch (cardiovasculair) risico eigenlijk het beste in kaart?

De eerste helft van deze lezing zal gaan over de achtergronden van de ingewikkelde bidirectionele relatie tussen psychische en somatische gezondheid bij mensen met psychiatrische aandoeningen. In de tweede helft van de lezing worden data gepresenteerd afkomstig van meer dan 2000 “real world” patiënten afkomstig van “real world” poliklinieken in Noord Nederland, bij wie wij met hulp van het monitoringsprogramma MOPHAR somatische gevolgen en risico’s samenhangend met psychiatrische aandoeningen monitoren, in samenhang met psychofarmaca gebruik. Dit heeft een schat aan informatie opgeleverd, over het voorkomen van metabool syndroom, van subjectieve bijwerkingen, van psychofarmaca gebruik, en van man-vrouw verschillen daarin. En tenslotte: wat gebeurt er in de dagelijkse praktijk met deze informatie? En hoe kan je de monitoring het beste implementeren in je eigen dagelijkse praktijk?

Referenties:
Penninx BW, Milaneschi Y, Lamers F, Vogelzangs N.: understanding the somatic consequences of depression: biological mechanisms and the role of depression symptom profile. BMC Med. 2013 May 15;11:129. doi: 10.1186/1741-7015-11-129.
Simoons M, Ruhé HG, van Roon EN, Schoevers RA, Bruggeman R, Cath DC, Muis D, Arends J, Doornbos B, Mulder H.Design and methods of the 'monitoring outcomes of psychiatric pharmacotherapy' (MOPHAR) monitoring program - a study protocol. Psychiatr.Serv.2;70(2):143-146. doi: 10.1176/appi.ps.201800121.
Quadackers DMC, Cath DC, Liemburg EJ, Houtman IEM, Oud MJT, Berger MY, Cahn W, Mulder H (2021). Angst -en stemmings stoornissen zijn onafhankelijke risicofactoren voor cardiovasculaire aandoeningen. Ned Tijdschr Geneeskd. 2021 Oct 28;165:D5747
 

Somatisch risico bij mijn psychiatrische patiënt- en dan?

 

Tot 40% van de ambulante psychiatrische patiënten in de GGZ lijdt aan metabool syndroom, naast zijn/ haar psychiatrische aandoening. Overgewicht, dat bij patienten die op een psychofarmacon ingesteld worden in de eerste drie maanden ontstaat, is in veel -maar niet alle- gevallen een belangrijke drijver van cardiovasculair risico, naast onder andere hypertensie, en verstoringen in lipidenspectra.  Een driesporenbeleid kan gevolgd worden om de lange termijn cardiovasculaire gevolgen van metabool syndroom, al dan niet door psychofarmaca veroorzaakt, tegen te gaan:

1) Afbouw van met name antihistamine-1 receptor blokkerende medicatie, of switchen naar een vervangend psychofarmacon met een lage affiniteit voor histamine-1 receptoren;
2) Een gecombineerde leefstijl interventie;
3) Toevoeging van medicatie (metformine, GLP1 agonisten) die gewichtsafname bevordert of verdere gewichtstoename tegengaat.

Wat is de wetenschappelijke evidentie van deze strategieën bij psychiatrische patiënten wat betreft verbetering van metabole parameters, en van gezondheid op de langere termijn, voor elk van deze drie strategieën apart, respectievelijk van hun combinatie?

In deze lezing geef ik een overzicht, en presenteer een -voor discussie vatbaar- algoritme om de cardiovasculaire risico’s van psychiatrische aandoeningen en van medicatiegebruik tegen te gaan. Verder presenteer ik nog niet gepubliceerde kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van de door ons ontwikkelde gecombineerde leefstijl interventie voor ambulante psychiatrische patiënten met stemmings -en angststoornissen.  

Referenties:
Firth, J., Siddiqi N, Koyanagi A, Siskind, D, Rosenbaum S, Galletly C, Allan S, Caneo C, Carney R, Carvalho AF, Chatterton ML, Correll CU, Curtis J, et al. The Lancet Psychiatry Commission: a blueprint for protecting physical health in people with mental illness. The Lancet (2019), vol 6: 675-712.
Serretti A & Mandelli L (2010); antidepressants and body weight: a comprehensive review and meta analysis. J. Clin Psychiatry, 71 (10); 1259-1272.
Opie RS, Jacka FN, Marx W, Rocks T, Young C & O’Neil A (2021): Designing Lifestyle Interventions for Common Mental Disorders: What Can We Learn from Diabetes Prevention Programs? Nutrients 2021, 13, 3766.